Artikel uit 'Het Magazine voor de indernemer in de Binnenvaart' - November 2014

 ‘Niet alleen je leven verandert, ook je relatie’ 

‘Stoppen met varen is voor veel mensen heel ingrijpend. Of je nou stopt omdat je met pensioen gaat, omdat je kinderen anders naar het internaat moeten, wegens ziekte, financiële problemen, een sterfgeval of door een echtscheiding, er komt veel op je af’, zegt Lilian van Hiele van Steunpunt Binnenvaart. ‘Wat zijn de financiële en fiscale gevolgen? Kun je beter een huis huren of kopen? Hoeveel geld heb je aan de wal per maand nodig? Wat gebeurt met eventuele restschulden? Maar ook je leven verandert. Je stopt niet alleen met varen, maar met een manier van leven. Al maakt het uiteraard veel verschil of je kunt stoppen, wilt stoppen of moet stoppen met varen.’

 Als mensen kunnen en willen stoppen, is dat meestal goed voorbereid. Ze hebben al een huis aan de wal, stoppen op het moment dat hun schip is verkocht of gesloopt en hebben vooraf uitgebreid met de boekhouder besproken hoe het bedrijf financieel zo gunstig mogelijk kan worden
afgewikkeld.
‘Voor veel anderen ligt dat op dit moment helaas een stuk ingewikkelder’, zegt Van Hiele. ‘De tijd dat je schip je pensioen was, is voor veel mensen voorbij. Er zijn wel aspirant kopers, maar het valt niet mee een hypotheek te krijgen. Zelfs niet als je behoorlijk wat eigen geld meebrengt. Inmiddels zien we dan ook andere constructies ontstaan. BLN werkt aan de opzet van een kredietunie, maar er zijn ook al voorbeelden van crowdfunding, waarbij mensen een bedrijf starten of voortzetten dankzij particuliere investeerders. Mooi voorbeeld is geldvoorelkaar.nl, dat gevers en leners bij elkaar brengt, maar we zien ook afspraken tussen “stoppers en ”starters”.
 

’Als voorbeeld noemt ze de schipper die had uitgerekend wat hij echt nodig had om aan de wal te gaan. ‘Dat bedrag werd in één keer betaald, de rest betaalt de “starter” de komende jaren in maandelijkse termijnen. Daar kwam geen bank aan te pas, al is alles wel goed bekeken en  oorgerekend door de boekhouder en vastgelegd bij de notaris. In zo’n constructie loopt de schipper weinig risico, want het is geen achtergestelde lening. Hij heeft het schip als onderpand, heeft maandelijks een "inkomen" en kan, als beide partijen dat leuk vinden, de starter ook nog een beetje coachen. Natuurlijk is dit niet voor iedereen een oplossing Maar je moet wat als je je schip niet verkocht krijgt en toch wilt of moet stoppen met varen. En het levert in elk geval meer op dan sloop.’

AOW en klasse

‘Er zijn ook mensen die wel willen, maar niet kunnen stoppen. Doordat het vermogen dat ze in tientallen jaren hadden opgebouwd door de slechte tijd of een dure reparatie hard is geslonken. Of door de verhoging van de AOW-leeftijd. Zeker als partners flink in leeftijd verschillen, kan dat betekenen dat er met één AOW te weinig geld is om van te leven en je dus langer moet doorvaren. Ook in dat geval is het verstandig eens met je boekhouder te kijken hoe je er financieel voor staat. Wanneer krijg je AOW, hoeveel is dat? Tot wanneer heb je SI? Is er dan geld om klasse te maken? Zo niet, is de bank bereid tot wat extra krediet? Maar het is ook wijs eens met je expert te overleggen of het wellicht handig is je schip eerder te keuren of voor een communautair certificaat te kiezen, waardoor je straks niet aan nieuwe, dure, of zelfs voor jouw schip onmogelijke eisen hoeft te voldoen’, zegt Van Hiele.

Niet leuk meer

Ook privé en in het dagelijks leven verandert veel wanneer je stopt met varen. ‘We organiseren elk jaar, samen met stichting Abri en het Binnenvaart Pastoraat, de bijeenkomst “stoppen met varen”. Dan hoor en merk je dat vooral mannen soms vreselijk opzien tegen stoppen. Logisch, als je
dertig, veertig, vijftig jaar of soms nog langer hebt gevaren. Je weet wel hoe het was, niet hoe het wordt. Vrouwen kijken er vaak naar uit, die verheugen zich erop dat ze de kinderen en kleinkinderen vaker kunnen zien. Ze hebben allerlei plannen, hebben zin in nieuwe hobby’s. Soms wringt dat die laatste jaren aan boord.
‘Nu ik weet dat zij varen niet echt leuk meer vindt, is het voor mij ook niet leuk meer’, vertelde een schipper pas. Maar het goede nieuws is, dat we eigenlijk van vrijwel alle mannen horen dat ze, achteraf, toch geen spijt hebben. En ze komen ook niet achter de geraniums terecht, maar pakken ook weer leuke,
nieuwe dingen op en komen vaak tijd te kort. Op de bijeenkomsten over stoppen leggen we ook altijd uit dat niet alleen je leven verandert, maar ook de rolverdeling en je relatie. Als je je dat realiseert en elkaar een beetje de ruimte geeft, kan dat al een hoop narigheid en irritatie schelen.’

Huis en geld

‘Voor mensen die móeten stoppen, is het allemaal veel moeilijker’, heeft Van Hiele ervaren. ‘We hebben de afgelopen jaren tientallen mensen geholpen die wegens ziekte, een ongeval, sterfgeval, een echtscheiding of door financiële problemen moesten stoppen. Jonge mensen, oudere mensen, mensen met kleine en met grote schepen. Mensen die zelf stopten omdat het niet meer ging, of die door de bank of schuldeisers werden gedwongen te stoppen. ‘In al die gevallen moeten twee dingen zo snel mogelijk worden geregeld: een dak boven je hoofd en een inkomen. Als mensen gelijk in loondienst kunnen gaan varen, los je beide zaken in eerste instantie in één keer op, maar dat kan of lukt natuurlijk niet altijd en dan is het een stuk lastiger. Je kunt namelijk pas iets huren als je een inkomen hebt. Denk niet dat je zomaar even naar de gemeente kunt voor een bijstandsuitkering, want die krijg je, even los van allerlei andere voorwaarden, volgens de wet alleen als je werkelijk woont op het adres, waarop je in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) staat ingeschreven. Inmiddels hebben we de nodige ervaring en vragen we, als het niet anders kan en mensen aan de voorwaarden voldoen, een uitkering bedrijfsbeëindiging aan in het kader van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz). Dat is een heel gedoe, met stapels formulieren en papieren. Ook je boekhouding moet op orde zijn. Met die uitkering kunnen mensen dan een huis huren. Als ze daar wonen en geen ondernemer meer zijn, dan vragen we de gemeente die Bbz om te zetten in een gewone bijstandsuitkering (Wwb). Dat is een lang en lastig traject, maar soms kan het helaas niet anders.

‘Er is ook nog een goede regeling voor ondernemers boven de 55, de IOAZ, waarbij je, in tegenstelling tot de bijstand, wel flink wat eigen vermogen mag houden. Het gaat te ver dat hier helemaal uit te leggen. Dat kunnen mensen beter eens aan hun boekhouder of adviseur vragen of anders moeten ze ons gewoon even bellen.’

Kosten aan de wal

Volgens het Nibud, het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting, heeft een gemiddeld gezin van vader, moeder en twee kinderen per dag zo’n 15,50 euro (norm 2014) nodig om goed en gezond te eten. Dat is een kleine 500 euro per maand. Voor twee zestigplussers houdt het Nibud gemiddeld 11,50 euro per dag aan. Voor gas, water en licht in huis gaat het Nibud uit van 150 à 200 euro per maand. De inrichtingskosten van een huis hangen uiteraard af van inkomen, smaak en gezinssamenstelling, maar als richtlijn noemt het Nibud 7000 à 12.000 euro. Op de website van het Nibud (www.nibud.nl) staan nog
meer bedragen én handige tips over geldzaken.

Huurderspunten sparen

Van Hiele adviseert iedereen sowieso zich in te schrijven voor een huurwoning. ‘Je weet nooit wat er in je leven gebeurt. Denk aan ziekte of echtscheiding. Soms is het huis onderpand als de bank "de stekker er uittrekt" of dwingt de bank mensen hun huis te verkopen. De wachttijd voor een huurwoning varieert, afhankelijk van plaats en wijk, van één tot zes jaar. Voorrang/ urgentie wordt slechts bij hoge uitzondering verleend. Als je staat ingeschreven, bouw je in elk geval al punten/wachttijd op. Dat is ook handig voor opgroeiende kinderen, want de tijd dat ouders een huis aan de wal konden kopen tegen de tijd dat de kinderen van het internaat komen, is voor de meeste mensen voorbij. In veel plaatsen kun je je pas vanaf je achttiende inschrijven voor een huurwoning. Houd wel in de gaten dat de inschrijfsystemen overal anders zijn en dat je in sommige gemeenten elk jaar een keer moet reageren om je punten te behouden’, waarschuwt Van Hiele.

‘Natte’ boekhouder

‘Een goede binnenvaartboekhouder is goud waard’, zegt Van Hiele. ‘Hij of zij levert niet alleen jaarstukken, maar kent de markt, de mensen, is op de hoogte van specifie- ke binnenvaartzaken en regelingen, adviseert en denkt mee. Dat kan veel geld en narigheid schelen. We komen regelmatig bij mensen die hun boekhouding door een kennis laten doen of bij een onervaren “droge” boekhouder zitten. Je moet je serieus afvragen of dat verstandig is. Er verandert veel. Niet alleen op financieel en fiscaal gebied, maar ook in Den Haag, Brussel en Straatsburg. Iedere boekhouder kost geld, maar een goede binnenvaartboekhouder verdient zichzelf terug.’

Schulden

Soms hebben mensen nog schulden, soms zelfs forse schulden wanneer ze aan de wal gaan. ‘Dat hoeft echt niet altijd tot een faillissement te leiden, het is vaak beter en "prettiger" te kiezen voor een schuldsaneringsregeling via de gemeente. Dan heb je drie, soms vier lastige jaren, maar daarna krijg je een schone lei en ben je er echt vanaf’, zegt Van Hiele. ‘Anderzijds lukt het, wegens bijzondere of trieste omstandigheden, ook regelmatig de schuld bij de bank en/of andere schuldeisers af te kopen en zo tot "finale kwijting" te komen.’ Over ‘moeten stoppen’, failliet gaan, beslag op je geld en spullen en schuldsanering doen volgens Van Hiele veel ‘indianenverhalen’ de ronde.

‘Je hoort mensen van alles roepen. Ze gaan de sleutel wel even inleveren bij de bank, overwegen in het buitenland onder te duiken, ze maken de post niet meer open en laten de boel de boel. Heel onverstandig, want je loopt het risico dat schuldeisers dan wél beslag op je geld en spullen leggen en je de rest van je leven blijven achtervolgen. Onze ervaring is, dat met fatsoenlijk overleg goede oplossingen en regelingen te vinden zijn. Ook bij de binnenvaartbanken.’

door Lilian van Hiele, Steunpunt Binnenvaart