Met een testament regel je wat er ná je overlijden moet gebeuren. Je geeft aan wie je erfgenamen zijn en welk deel zij krijgen. Met een lévenstestament leg je wensen en instructies vast voor het geval er tijdens je leven iets gebeurt waardoor je zelf geen (belangrijke) beslissingen meer kunt nemen of zelfs ‘ontoerekeningsvatbaar’ wordt geacht. Bijvoorbeeld door ziekte, een ernstig ongeval of dementie.

In een levenstestament wijs je middels een volmacht bij een notaris een vertrouwenspersoon aan die dan namens jou met de behandelend artsen mag bespreken welke (be)handelingen je in zo’n geval nog wel of juist niet meer wilt. Je kunt in een levenstestament ook vastleggen hoe en door wie je administratie/bedrijf moet worden voortgezet, hoe je vermogen moet worden beheerd en wie namens jou alle in het document  genoemde zakelijke beslissingen mag nemen. Maar met een levenstestament kun je  ook behoorlijk wat erfbelasting besparen én zorgen dat je kinderen eerst hun kindsdeel krijgen voor dat je op basis van je vermogen (ongewild) een hele hoge bijdrage aan een verpleegtehuis moet betalen.

Je kunt één vertrouwenspersoon aanwijzen, maar je kunt ook aparte mensen vragen voor je medische, zakelijke en/of persoonlijke belangen. Dat kan je partner zijn, een kind, al je kinderen of een familielid, maar je kunt ook ieder ander aanwijzen. Mits dat, uiteraard met zijn of haar medeweten, goed is vastgelegd bij een notaris. Het opstellen van een (geregistreerd) levenstestament kost, afhankelijk van de zaken die geregeld moeten worden tussen de tijd de driehonderd en duizend euro en kan heel veel narigheid voorkomen.