‘De één vaart bruto vier ton op, de ander een miljoen’

De gemiddelde bruto omzet van de droge ladingvaart is tussen 2008 en 2014 fors gedaald. Maar in elke tonnageklasse, van klein tot groot, zijn er ook bedrijven zonder problemen door de crisis gekomen. De verschillen zijn groot. In elke tonnageklasse. Dat blijkt uit een onderzoek naar de ontwikkeling van de jaarcijfers in de droge ladingvaart , dat onlangs werd gepresenteerd door Steunpunt Binnenvaart.

‘In de categorie 1600 tot 2500 ton zien we bedrijven met een bruto omzet van 8 ton, maar ook bedrijven die in het zelfde jaar een bruto omzet van 2,5 ton hadden. In de categorie 2500-4000 ton heeft de één bruto 4 ton op gevaren, terwijl een ander een bruto omzet had van bijna 1 miljoen’, zegt Lilian van Hiele van Steunpunt Binnenvaart. ‘Over het algemeen zijn de omzetten in 2009 en 2010 drastisch gedaald en zien we vanaf 2011 een voorzichtig herstel, al zet dat in de meeste tonnages niet door tot het niveau van 2008, wat uiteraard ook gevolgen heeft voor het eigen vermogen’.

‘Op dit moment gaat het gelukkig over de gehele linie wat beter in de binnenvaart, maar er zijn nog steeds problemen. Onze grootste zorg ligt bij oudere ondernemers, die hun schip niet kunnen verkopen en, ook door de snelle verhoging van de AOW-leeftijd en het afschaffen van de partnertoeslag AOW, niet kunnen stoppen met varen.  Maar ook als de motor er uit loopt of schepen klasse moeten maken, valt het nog steeds niet mee een passende of aanvullende financiering te krijgen. Banken, maar ook instanties die de Bbz-aanvragen vanuit de binnenvaart beoordelen, wijzen aanvragen vaak nog af op basis van algemene cijfers en prognoses. Steunpunt Binnenvaart loopt dagelijks tegen deze problemen aan.  Zo ontstond in 2013 het idee een database te maken van ‘reële (jaar)cijfers’’, zegt Van Hiele.  ‘We hebben zes in de binnenvaart gespecialiseerde boekhoudkantoren waar we veel mee samenwerken, gevraagd ons anoniem de jaarcijfers te geven.  Die zijn gebundeld in een database. We hebben nu in elke tonnageklasse de gemiddelden van zo'n 20 procent van de  actieve schepen. ’

Gemiddelden
‘Het zijn gemiddelden.  Dat kon in dit onderzoek niet anders gezien de privacy van de ondernemers, maar dat de verschillen, zowel qua omzet als vreemd en eigen vermogen zó groot waren hadden we niet verwacht. Vanuit ons werk is het belangrijk dat er dus in elke tonnageklasse ook bedrijven zijn waar het heel erg goed gaat en het dus niet zo kan en mag zijn dat banken/ instanties op basis van algemene conclusies en prognoses financiële aanvragen afwijzen’, legt Van Hiele uit. ‘Juist omdat de verschillen zo groot zijn hebben we in elke tonnageklasse, per jaar de vijf  ‘hoogste’ en de vijf ‘laagste’ op een rij gezet en de ontwikkeling van het vreemd en eigen vermogen. Die uitkomsten staan op onze website ( www. Steunpuntbinnenvaart.nl/ publicaties) en  wellicht vinden mensen het leuk hun eigen jaarcijfers daar eens mee te vergelijken.’
Het is nog niet duidelijk of en hoe Steunpunt verder gaat met de database.  ‘Dat wordt nog overlegd.  Het is hele klus al die informatie correct en anoniem uit jaarrapporten te halen en te bundelen. Anderzijds hebben we nu wel een mooi begin als het gaat om eigen, redelijk actuele  sectorcijfers.’ 

 

  

* NB: Deze gegevens zijn in augustus na nieuwe berekeningen gecorrigeerd.

  Ontwikkeling_Jaarcijfers_droge_ladingvaart_2008_2013.pdf

 

 Ontwikkeling_Vreemd_en_eigen_vermogen_droge_lading_2008_2013.pdf